З життя
De vier telefoontjes van Sam uit Maastricht
Sam van Wieren was tweeënvijftig en had zich al jaren geleden voorgenomen dat hij nooit meer zou trouwen. Hij was cameraman geweest, later regisseur van goedkope reclamespots, en zijn naam stond bekend in elke bruine kroeg tussen het Vrijthof en de Sint-Servaasbrug. Drie verloofdes had hij gehad. Geen enkele bruiloft. Zijn moeder zei altijd, aan de telefoon, met dat verwijt in haar stem dat alleen moeders kunnen opbrengen: "Jij trouwt nog met je camera, Sam, niet met een vrouw."
Hij lachte erom. Tot de winter van 2019, toen hij op audities zat voor een documentaireserie over de sluiting van de ENCI-groeve bij de Sint-Pietersberg.
Femke Aerts kwam binnen in een te grote regenjas, met natte haren van de motregen buiten, en las een tekst voor over een vrouw die dertig jaar in de mergelgroeve had gewerkt als administratief medewerker. Ze las het niet zoals de anderen — dramatisch, met pauzes voor het effect. Ze las het alsof ze het al honderd keer had verteld aan iemand aan de keukentafel. Sam liet zijn potlood op tafel liggen en luisterde gewoon.
Na afloop zei hij niets over de rol. Hij vroeg of ze zin had in koffie bij de Bisschopsmolen, gewoon om te praten over Maastricht, over haar opleiding aan de Toneelacademie, over niks eigenlijk. Zij ging ervan uit dat het over het project ging. Hij wist algauw dat het dat niet was.
Femke was negenendertig. Ze had twee mislukte relaties achter zich en een flat aan de Boschstraat die naar oude boeken en verse koffie rook, want ze werkte drie dagen per week in een tweedehandsboekwinkel om rond te komen tussen de acteeropdrachten door. Ze was niet onder de indruk van Sams reputatie. Ze had zijn films nooit gezien voordat ze de rol aannam, en toen ze het later opzocht, zei ze alleen: "Nou, oké, dat verklaart de arrogantie tijdens de opnames."
Dat zei ze recht in zijn gezicht, op de set, voor de hele crew. Iedereen wachtte tot Sam zou ontploffen. In plaats daarvan barstte hij in lachen uit.
Ze draaiden acht weken in en rond de groeve. De regen viel bijna elke dag, de generator haperde constant, en Femke bracht op een avond zelf broodjes kroket mee voor de hele ploeg omdat de catering was weggevallen. Sam zag haar staan uitdelen op een omgevallen kist, met modder tot aan haar enkels, terwijl ze de geluidsman uitlachte om zijn kapotte paraplu. Hij besefte op dat moment iets wat hij dertig jaar had ontweken: hij wilde niet indruk op haar maken. Hij wilde gewoon bij haar in de buurt zijn.
Toen de opnames klaar waren, belde hij haar niet meteen. Hij wachtte vier dagen, uit een soort ouderwetse angst dat hij het zou verpesten als hij te snel was. Op de vierde avond belde hij haar vier keer achter elkaar, ieder gesprek langer dan het vorige, tot ze om middernacht zei: "Sam, kom gewoon langs, dan hoeven we niet meer te bellen."
Hun relatie ging snel, maar niemand van hun vrienden noemde het overhaast. Zijn moeder, die inmiddels vierentachtig was en in een verzorgingshuis in Valkenburg woonde, ontmoette Femke in april en zei achteraf tegen de verpleegkundige: "Die blijft."
Op 9 september 2021 trouwden ze in het stadhuis aan het Vrijthof, met dertig gasten en een receptie in een café aan de Markt waar de eigenaar gratis bitterballen liet aanrukken omdat hij Sam al twintig jaar kende. Het was zijn eerste huwelijk. Voor Femke het derde geluk, zoals ze het zelf noemde met een grijns.
Twee jaar later kregen ze een dochter, Fien, en in 2024 een zoon, Boaz. Sam, die ooit had gezegd dat hij nooit vader zou willen worden omdat hij "getrouwd was met de montagetafel", stond nu 's nachts op om flesjes te maken en filmde zelfs geen frame meer zonder eerst te checken of de kinderen wakker waren.
Het conflict kwam niet van Sam en Femke zelf. Het kwam van Sams broer, Rutger, die vijf jaar eerder mede-eigenaar was geworden van het productiehuis dat Sam ooit met hun vader had opgezet: Van Wieren Film & Video, een pand aan de Boschstraat, twee etages boven de winkel waar Femke ooit werkte. Toen hun vader overleed, had Rutger via een notaris in Heerlen stiekem zijn aandeel laten vergroten tot zestig procent, met het argument dat hij al die jaren de administratie had gedaan terwijl Sam "op locatie zat te spelen met camera's."
Sam kwam er pas achter toen de bank in mei 2025 belde over een herfinanciering waarvoor hij nooit had getekend. Rutger had een lening van honderdtwintigduizend euro afgesloten op naam van het bedrijf, met het pand als onderpand, om te investeren in een los project van een vriend — een project dat binnen drie maanden failliet ging.
Sam stond op een dinsdagmiddag in de zaak, met de leningsovereenkomst in zijn handen, terwijl Rutger achter het bureau zat alsof er niets aan de hand was. "Je hebt het pand van pa als onderpand gegeven zonder het mij te vertellen," zei Sam. Zijn stem was niet luid. Ze klonk alleen vlak, zoals wanneer iemand een feit voorleest.
"Ik ben de meerderheidsaandeelhouder," zei Rutger. "Dat mag ik."
"Je hebt het geregeld terwijl pa nog niet eens een jaar dood was."
"Je was er niet, Sam. Je was aan het filmen in Maastricht-Oost met je nieuwe vrouwtje. Iemand moest de zaken runnen."
Femke stond op dat moment niet in de kamer — ze was beneden in de boekwinkel, waar ze inmiddels weer parttime werkte, met Fien in de kinderwagen naast de kassa. Toen Sam naar beneden kwam en het haar vertelde, met de leningsovereenkomst nog opgevouwen in zijn jaszak, zei ze niets over wraak of woede. Ze zette de wagen op de rem, liep naar de balie, pakte haar telefoon en belde de notaris met wie ze via haar oom uit Sittard al eerder had gesproken over familiezaken.
Twee weken later zaten Sam, Femke en Rutger samen aan tafel bij notaris Van Doorn aan de Sint Servaasklooster. Femke had zelf, op eigen initiatief en met haar eigen spaargeld van tweeëntwintigduizend euro, veertig procent van Sams aandeel overgenomen zodat het gezamenlijk eigendom van het pand niet langer via het bedrijf, maar via een aparte stichting liep — buiten het bereik van elke toekomstige lening die Rutger zonder toestemming zou willen afsluiten. Ze legde het contract op tafel, met de handtekening van de notaris er al onder, en schoof het naar Rutger toe.
"Je krijgt je veertig procent van het bedrijf gewoon," zei ze. "Maar het pand van je vader gaat nooit meer op de bank staan zonder dat wij het weten."
Rutger keek naar het document, naar de datum, naar het stempel van de Kamer van Koophandel dat er al op stond. Hij zei niets terug. Hij tekende, omdat er niets anders te tekenen viel.
Buiten, op de Sint Servaasklooster, regende het zachtjes tegen de ruiten van de notariskamer. Sam duwde de kinderwagen met Fien terug richting de Boschstraat, langs de kraam waar ze elke zaterdag oude vinylplaten kochten, en Femke liep naast hem met de map onder haar arm, niet triomfantelijk, gewoon rustig, zoals iemand die een rekening heeft afgesloten die al te lang openstond.
