NL
Het horloge van Willem Verbeek
Marieke Jansen zette het kopje koffie neer op het aanrecht van haar keuken in Zwolle en keek naar het horloge dat daar al drie weken lag, in een la die ze eigenlijk nooit opende. Een Tissot, cadeau van haar man voor hun tiende trouwdag. Ze had het van zijn pols gehaald op de avond dat ze de berichten vond op zijn telefoon, en sindsdien lag het daar, tussen oude batterijen en een stapel bonnetjes van de Albert Heijn.
Willem had drie maanden geleden tegen haar wand gestaan, letterlijk met de rug tegen het behang, en gezegd dat het voorbij was. Die andere vrouw, een collega van zijn kantoor in Deventer, waarmee hij zeven maanden lang appjes had uitgewisseld die met "schat" begonnen. Marieke had niet geschreeuwd. Ze had de kinderen naar boven gestuurd, de deur van de woonkamer dicht getrokken en gevraagd of hij zijn spullen wilde pakken.
Hij was weggegaan naar zijn broer in Apeldoorn. Twee weken later stond hij weer voor de deur met een bos zonnebloemen — niet eens haar lievelingsbloem, dat was altijd al fresia geweest, na twaalf jaar huwelijk wist hij dat nog steeds niet — en zei dat hij in therapie was gegaan. Dat hij het snapte nu. Dat hij nooit meer.
Marieke had de bloemen aangenomen omdat ze niet wist wat ze anders moest doen met haar handen. Ze had hem binnengelaten, ze had geluisterd naar zijn verhaal over de psycholoog aan de Assendorperstraat, over inzicht en patronen en zijn moeder die ook nooit trouw was geweest aan zijn vader. Ze had geknikt, niet omdat ze het geloofde, maar omdat er iets in haar was dat wilde dat het waar was. Twaalf jaar, twee kinderen — Sanne van negen en Bram van zes — een hypotheek op een rijtjeshuis aan de Diezerpoort. Dat gooi je niet zomaar weg voor een collega met een leuke lach.
Dus had ze ja gezegd tegen een nieuwe kans. Maar niet tegen alles.
Ze had een lijst gemaakt, op een geel Post-it-blaadje, en die in haar portemonnee gestopt. Geen geheime berichten meer — zijn telefoon lag 's avonds op tafel, niet in de zak van zijn jas. Geen etentjes meer met collega's zonder dat zij het wist. En als hij een keer te laat thuiskwam, wilde ze een appje, geen excuus achteraf.
De eerste maand ging het goed. Willem kookte, iets wat hij in twaalf jaar misschien tien keer had gedaan. Hij bracht Bram naar de zwemles in het Wezenlandenbad, hij zat 's avonds niet meer tot elf uur op zijn werktelefoon te typen maar keek series met haar op de bank, De Luizenmoeder herhalingen, en lachte op de juiste momenten. Marieke begon voorzichtig te ontspannen. Ze durfde weer te denken aan een weekendje weg met zijn tweeën, iets wat ze al jaren niet meer hadden gedaan.
Toen, op een donderdagavond in juni, kwam ze de was ophalen uit de wasmachine en vond ze een kaartje van restaurant De Librije, verfrommeld onderin de broekzak van zijn spijkerbroek. Een reservering voor twee personen, dinsdagmiddag om half een. Willem had haar verteld dat hij die dinsdag naar Utrecht was geweest voor een klantbezoek.
Ze had het kaartje niet meteen op tafel gegooid. Ze had het drie dagen in haar eigen jaszak bewaard, elke ochtend haar hand erin gestoken als ze de kinderen naar school bracht langs de Thomas a Kempisstraat, gewoon om te voelen of het er nog was, of ze het niet had verzonnen.
Op zondagavond, toen de kinderen sliepen, legde ze het kaartje op de keukentafel naast zijn bord aardappelpuree.
"Wie was dat," zei ze. Geen vraagteken. Ze wilde geen vraag stellen waarop hij kon liegen alsof het onschuldig was.
Willem staarde naar het kaartje alsof het uit de lucht was komen vallen. Hij begon iets te zeggen over een collega die hulp nodig had, over een lastig dossier, over dat het echt niks was — en toen, halverwege de zin, stopte hij. Alsof hij zelf hoorde hoe het klonk.
"Het is Kim," zei hij uiteindelijk. Dezelfde naam als drie maanden geleden.
Marieke legde haar vork neer. Niet hard. Ze legde hem gewoon neer, naast haar bord, precies zoals ze altijd deed als ze klaar was met eten.
"Ik ga niet meer huilen om jou," zei ze. Het was geen dreigement en geen scène. Het klonk eerder als iemand die een boodschappenlijstje voorleest. "Dat heb ik al gedaan. Drie maanden lang, elke avond dat jij bij je broer sliep. Dat doe ik niet nog een keer."
Ze stond op, liep naar de la in de keuken, haalde het Tissot-horloge eruit en legde het naast zijn bord, boven op het reserveringskaartje van De Librije.
"Je advocaat kan Van Dijk & Partners bellen, aan de Roggestraat. Ik heb daar vorige week al een afspraak gehad." Dat had ze niet verteld. Ze had die afspraak gemaakt op de dinsdag dat hij naar "Utrecht" was, uit een soort voorgevoel waar ze zelf niet helemaal de vinger op kon leggen — misschien de manier waarop hij de laatste weken zijn telefoon weer mee naar de badkamer nam.
De scheiding kostte hen zeven maanden en veertigduizend euro aan gezamenlijk vermogen, verdeeld volgens de wet, precies in tweeën. Het huis aan de Diezerpoort ging naar Marieke — Willem kreeg zijn helft uitbetaald, maar de kinderen bleven in hun eigen kamers, met hun eigen bed, in dezelfde straat waar ze altijd hadden gewoond. Dat had ze geëist en dat had ze gekregen, want ze wist precies wat ze waard was en wat de kinderen nodig hadden.
Willem trok in bij Kim, in een appartement in Deventer op de derde verdieping zonder lift. Marieke hoorde het via via, van een buurvrouw die de nieuwe vriendin van Willem een keer bij de Jumbo was tegengekomen. Ze voelde er niets meer bij. Geen triomf, geen verdriet. Het was gewoon een feit geworden, zoals het weerbericht van gisteren.
Op een zaterdagochtend in september, ruim een jaar later, zat Marieke aan de keukentafel met Sanne en Bram, die pannenkoeken aan het bakken waren — Bram gooide te veel bloem in de kom en Sanne stond te giechelen. Het Tissot-horloge had ze nooit meer teruggezien; ze nam aan dat Willem het had verkocht of dat het ergens in een la bij Kim lag. Het maakte haar niet uit. Ze had haar eigen horloge gekocht, een simpel bandje met een klein wijzerplaatje, van het geld dat ze overhield na de verdeling. Niets bijzonders. Maar het was van haar, met haar eigen geld gekocht, en ze droeg het elke dag.
