Connect with us

NL

Hoe onze poes Saar ons huwelijk bijna de das om deed

Published

on

Saar werd ziek op een donderdagmiddag in november, midden in Almere, in die saaie week tussen Sinterklaas en de eerste adventskaars. Ze lag op de bank, pootjes netjes bij elkaar, ogen half dicht, staart uitgespreid als een excuusbriefje, en naast haar op het kleed lag een plas braaksel met iets wat verdacht veel op een haarbal leek. Mijn dochter Fleur, veertien en overtuigd dat de wereld zou vergaan, hing al een uur aan de telefoon met iedereen die ooit iets met een dierenarts te maken had gehad.

"Mama, ze gaat dood," zei Fleur voor de zoveelste keer, met haar neus tegen het beeldscherm van haar telefoon geplakt, terwijl ze foto's van Saar naar een dierenforum stuurde.

Uiteindelijk kreeg mijn man Thijs via een collega van zijn werk, een vrouw wiens zus toevallig dierenartsassistente was in Almere Buiten, een strip pilletjes mee naar huis. Klein, wit, nauwelijks groter dan een vijftigcentmunt. Volgens de instructies: eén pil, in de bek, klaar.

Dat viel dus anders uit.

Saar, hoe ziek ze ook leek te zijn, vocht als een leeuw zodra die pil haar richting op kwam. Ze draaide haar kop weg, spuugde, krabde, en gaf op het laatst een gil die klonk als een brandalarm op zolder. Mijn moeder, die net op visite was voor de koffie, stond erbij te kijken met haar handen in haar zij.

"Jullie doen het verkeerd," zei ze. "Je moet die pil week maken. In een beetje Frontaalpils."

Niemand in de kamer wist wat Frontaalpils was, en mijn moeder bedoelde natuurlijk valeriaandruppels, die ze altijd in haar handtas had zitten voor "de zenuwen". Ze liep naar de apotheek twee straten verder, kwam terug met een nieuw flesje, doopte de pil erin en hield hem Saar voor.

En toen gebeurde het wonder. Saar, die nog geen uur eerder op haar sterfbed leek te liggen, veerde op, likte de pil zo uit mijn moeders hand en keek alsof ze net een Michelin-maaltje had gekregen.

Daar hadden we niet bij stilgestaan: Saar had sinds die ochtend niets gegeten, dat had Fleur me pas later verteld, toen ze toegaf dat ze het ontbijtbakje zelf had weggezet omdat het "er oud uitzag". Een nuchtere maag en een flinke dosis valeriaan — het resultaat liet niet lang op zich wachten. Binnen een kwartier liep onze poes vrolijk grijnzend door de woonkamer, wreef langs ieders benen, en maakte geluiden die verdacht veel klonken op gezang. Thijs lachte zich dood, met zijn hoofd in zijn nek tegen de bank, en riep dat we eindelijk "een leuke avond" hadden. Fleur filmde alles voor haar Snapchat. Mijn moeder zat er trots bij, als had ze net een medische doorbraak verricht.

Ik vond het allang niet meer zo grappig. Ik had die middag al drie keer met de zorgverzekering gebeld over een afwijzing, Thijs had beloofd om vijf uur thuis te zijn en kwam pas om kwart voor zeven binnenwandelen met bloemen alsof dat alles rechttrok, en nu stond mijn moeder ook nog in mijn keuken de regie over te nemen. "Het is anders altijd zo stil hier," zei Thijs, terwijl hij zijn jas nog niet eens had uitgetrokken. Ik zei niets terug. Ik ruimde het braaksel op.

We hadden niet moeten lachen.

Een uur later kwam de kater. Saar ging op haar zij liggen, vouwde haar pootjes en begon opnieuw te "sterven" — deze keer overtuigender dan ooit, al kon ik met mijn hand niet op mijn hart zweren of het theater was of niet. Het leek er wel verdacht veel op.

Mijn moeder, die zich meteen weer verantwoordelijk voelde, schonk een tweede rondje valeriaan.

"Mam, nee!" riep ik, maar te laat. De druppels waren al binnen.

"Ach, het is een kat," zei Thijs vanaf de bank, zonder op te kijken van zijn telefoon. "Die overleeft dat wel." Ik gooide de theedoek die ik in mijn handen had op het aanrecht en zei dat hij dat net zo makkelijk over ons huwelijk leek te denken, met al zijn te-late avonden en zijn "het is maar een kat"-houding tegenover alles wat in dit huis misging zonder dat hij ervoor stond. Hij keek op, verbaasd, en zei dat hij niet snapte waarom ik daar nu over begon. Misschien was dat precies het probleem.

Tegen het einde van de avond was onze kat volledig en onherroepelijk ladderzat. Ze jankte aanhoudende klaagzangen die klonken alsof ze, als ze had kunnen praten, ons alle drie had uitgescholden. De buren van boven, een ouder stel dat normaal nooit klaagde, belden rond elf uur aan om te vragen of alles in orde was, want het gehuil klonk "alsof er iemand werd vermoord". Thijs deed open in zijn ochtendjas en legde het geduldig uit, grinnikend, terwijl ik achter hem in de gang stond met mijn armen over elkaar en dacht dat hij het weer voor elkaar had, de klap wegpraten en zelf met de grap weglopen.

Het hoogtepunt kwam toen Saar door de gang begon te galopperen alsof ze zojuist tot wild paard was gebombardeerd. Ze knalde met haar kop tegen de deurpost van de slaapkamer, grijnsde idioot breed, en viel vervolgens in een diepe, dronken slaap op het tapijt. Thijs filmde het ook, naast Fleur, schouder aan schouder, allebei in een deuk. Ik ging naar bed zonder iets te zeggen.

De volgende ochtend, nog niet helemaal uitgeslapen van haar roes, besloot Saar haar sterfscène nog eens over te doen. Deze keer op het balkon. Ze ging op haar gewoonte liggen, pootjes gevouwen, ogen dicht.

Wij, inmiddels wat wijzer maar blijkbaar niet wijs genoeg, vergaten haar daar. We vertrokken naar mijn schoonouders in Almere Haven voor de lunch — een lunch waarbij Thijs het hele verhaal vrolijk aan tafel ophing en iedereen lachend naar mij keek om te zien of ik ook zou lachen — en kwamen pas 's middags terug.

Toen we het balkon opendeden, zat Saar daar kalm naast de kweekbak met winterpostelein, waarvan ze duidelijk een paar blaadjes had opgegeten, volkomen nuchter en diep ongelukkig. Geen theater meer, geen gejank — alleen een kat die duidelijk had besloten dat genoeg genoeg was. Ik ging naast haar op de koude balkonvloer zitten en voor het eerst die dag zei Thijs, die achter me in de deuropening stond, dat hij het misschien ook wel genoeg vond, dat hij morgen echt op tijd thuis zou zijn, en dat hij sorry was voor de bloemen die niets hadden opgelost. Het was geen grote verzoening. Maar het was iets.

Sindsdien staat het valeriaanflesje in een afgesloten keukenkastje, helemaal achterin, achter de wasmiddelcapsules. Mijn moeder heeft een sleutel gevraagd. Die heeft ze niet gekregen.

Click to comment

Leave a Reply

Ваша e-mail адреса не оприлюднюватиметься. Обов’язкові поля позначені *

чотирнадцять + одинадцять =

Також цікаво:

HU8 хвилин ago

A boríték Visegrádon

Három hete terveztem ezt az estét. Minden apró részletet kiválasztottam: a menüt, a teraszra kitett fehér rózsákat, a mécseseket a...

LT13 хвилин ago

Mano kaukė liko jo lovoje — ir tai pakeitė viską

Planas buvo paprastas: pasiskolinta suknelė, viena neįtikėtina naktis, ir pabėgimas prieš aušrą. Nieko sudėtingo. Bent jau taip aš sau galvojau....

FR23 хвилини ago

La femme qui a libéré le serpent blanc de Crau

Elle s'appelait Odile Chastagner, soixante-trois ans, ancienne garde forestière à la retraite, installée dans un mas isolé près de Saint-Martin-de-Crau,...

NL53 хвилини ago

Hoe onze poes Saar ons huwelijk bijna de das om deed

Saar werd ziek op een donderdagmiddag in november, midden in Almere, in die saaie week tussen Sinterklaas en de eerste...

DE59 хвилин ago

Die Hochzeit, die mein Vater sprengte

Der Rosengarten von Schloss Lindenhain war an diesem Septembernachmittag in weißen Blütenbögen ertränkt worden, und ich, Hannah Vogler, saß unter...

IT2 години ago

Il conto da 23.000 euro che nessuno voleva pagare

Chiara aveva imparato a riconoscere il rumore della suoneria di sua suocera prima ancora di guardare il telefono. Tre squilli,...

UA3 години ago

Весілля на Пейзажній, або Хто кого ніс

До весілля в мене залишалося рівно сорок три дні, і я щовечора уявляла одну сцену. Не фату, не суконню, не...

HE4 години ago

המסיבה נגמרה כשפתחתי תיקייה נסתרת בטלפון

הגשם סוף סוף נפסק, והרחובות של רמת גן נשארו רטובים ונוצצים מתחת לשמיים אפורים. השעון ברכב שלי הראה 16:17. על...