Connect with us

З життя

De teddybeer van Boszicht

Published

on

Ik ben Ruben, en ik werk al elf jaar bij het opvangcentrum voor wilde dieren net buiten Ede, tussen de Ginkelse Heide en de bosrand waar 's ochtends de mist blijft hangen tot een uur of tien. Wij vangen geen kangoeroes op, uiteraard niet — dit is de Veluwe, geen Australische bush. Bij ons komen reeën, vossen, egels die te vroeg uit winterslaap zijn gewekt door een te zachte januari. Maar het verhaal dat ik moet vertellen gaat over een reekalfje, en over mezelf, en over waarom ik drie weken lang geen oog heb dichtgedaan.

Het begon op een dinsdag in april. Een boswachter uit Otterlo belde om half acht 's ochtends, nog voor mijn koffie koud was geworden. Een wandelaar met zijn hond had het dier gevonden bij een greppel langs de Houtkampweg, helemaal alleen, trillend, met poten die nog niet wisten hoe ze moesten staan. De moeder lag honderd meter verderop. Aangereden, waarschijnlijk de nacht ervoor, door iemand die waarschijnlijk niet eens wist wat hij geraakt had en gewoon doorreed richting Arnhem.

Ik moet toegeven: ik had die ochtend geen zin. Mijn dochter had griep, mijn ex belde over de kinderopvang, en ik had eigenlijk vrij gepland. Maar je laat een kalfje niet wachten. Dus reed ik met de bus van het centrum naar Otterlo, met een fles melkvervanger op de bijrijdersstoel en een handdoek eronder tegen het morsen.

Toen ik het beestje optilde, voelde ik iets wat ik bij dit werk niet vaak meer voel na al die jaren: een soort woede die eigenlijk verdriet is. Het diertje woog bijna niets. Het rook naar natte aarde en angst. Zijn hartje ging zo snel dat ik bang was dat het uit zijn lijfje zou springen.

Terug in het centrum zetten we hem in een kist met stro, onder een warmtelamp, in de ruimte die wij "de kraamkamer" noemen — een oude schuur die we hebben omgebouwd met isolatie en een paar bewegingssensoren zodat we 's nachts niet elk uur hoeven te controleren. Mijn collega Femke, die al zeventien jaar hier werkt en normaal weinig zegt, stond er stil bij te kijken. Ze zei niets. Dat is bij haar meestal het teken dat het haar wel degelijk raakt.

Het probleem met een wees op die leeftijd is niet alleen de melk. Dat kunnen we regelen, met de juiste flesvoeding, om de drie uur, ook 's nachts — ik heb dat al te vaak gedaan om er nog moe van te worden, al lieg ik als ik zeg dat het niet zwaar is. Het echte probleem is de rest. Een reekalf hoort tegen de flank van zijn moeder te liggen. Die warmte, die geur, dat ritme van ademhaling — dat is niet te vervangen door een lamp en een deken. Het kalfje bleef de eerste avond onrustig rondjes lopen in de kist, met zijn kop tegen de wanden botsend, alsof hij iets zocht wat hij niet kon vinden en ook niet kon benoemen.

Ik heb toen iets gedaan wat niet in ons protocol staat, en waar ik nog steeds een beetje om moet lachen als ik erover vertel. Thuis, in de kast van mijn dochter, lag een oude teddybeer — bruin, met één oor half afgesleten, die zij al jaren niet meer aanraakte omdat ze nu tien is en zegt dat ze "te oud" is voor knuffels. Ik vroeg haar of ik hem mocht lenen. Ze keek me aan alsof ik gek was geworden, en zei toen: "Voor het reetje? Oké, maar ik wil hem wel terug hebben, hoor."

Ik legde de beer die avond bij het kalfje in de kist. Ik verwachtte eerlijk gezegd niet veel — misschien dat hij ertegenaan zou stoten en verder zijn rondjes zou lopen. Maar het reekalf drukte zijn snuit meteen tegen de vacht van de beer, en ging liggen. Zomaar. Binnen een paar minuten was zijn ademhaling rustiger dan de hele dag daarvoor.

De weken daarna sliep hij altijd tegen die beer aan. Als er iemand de schuur binnenkwam die hij niet kende, of als er een deur dichtsloeg buiten, trok hij zich terug tegen die vacht en bleef stil. Femke maakte er foto's van voor het logboek — dat doen we altijd, voor de dierenarts en voor de administratie van de provincie — en op een gegeven moment stuurde ze er eentje door naar de groepsapp van vrijwilligers met als bijschrift: "Deze gaat het redden."

Ik was voorzichtiger dan zij. Na elf jaar in dit vak weet ik dat niet elk verhaal goed afloopt. We hebben reekalveren verloren aan longontsteking, aan stress, aan iets zo simpels als een verkeerde temperatuur in de kist een nacht lang. Dus ik hield mezelf in, controleerde zijn gewicht elke ochtend op de kleine keukenweegschaal die we daarvoor gebruiken, schreef de cijfers op een whiteboard.

Wat ik niet had verwacht, was de vraag die twee weken later kwam. Een vrouw uit Ede belde het centrum. Ze had het verhaal gezien — Femke had, tegen de regels in eigenlijk, een filmpje op de Facebookpagina van het centrum gezet, van het kalfje met de beer, en het was gedeeld door zeker driehonderd mensen in de regio. De vrouw zei dat het reekalfje van haar overleden zoon was geweest — niet letterlijk, natuurlijk, maar ze bedoelde de plek. Haar zoon was twee jaar eerder omgekomen bij een aanrijding op diezelfde Houtkampweg, op de fiets, aangereden door een auto die ook was doorgereden. Ze had nooit geweten wie het gedaan had. Nu was er weer een dier aangereden op precies diezelfde plek, door iemand die weer was doorgereden, en ze wilde weten of ze mocht komen kijken.

Ik zei ja, natuurlijk. Maar ik voelde me er niet goed bij haar zomaar te laten komen zonder dat we wisten wat ze precies zocht. Toen ze kwam, op een zaterdagmiddag, bleek ze niet te komen voor troost of voor een verhaal. Ze had een dossier bij zich, in een gele map, met daarin het politierapport van het ongeluk van haar zoon en een aantekening dat de zaak nooit was opgelost wegens gebrek aan bewijs. Ze vroeg of wij, gezien de recente aanrijding van de reegeit op dezelfde plek, bereid waren een officiële melding te doen bij de gemeente over het ontbreken van verlichting en een vluchtheuvel op die weg — iets waar ze al twee jaar tevergeefs voor vocht.

Ik tekende die middag, samen met Femke, een verklaring die zij kon meenemen naar de gemeenteraad: een beschrijving van twee ongevallen op dezelfde plek binnen twee jaar, met daarbij onze professionele inschatting over de gevarenzone, gestaafd met de kilometeraanduiding en een foto van de bocht. Geen wonder, geen grote toespraak — gewoon een blad papier met een handtekening en een stempel van het opvangcentrum, dat we haar meegaven in een envelop.

Vier maanden later kwam er licht op de Houtkampweg. Vier lantaarnpalen en een verkeersdrempel, precies op de plek waar het kalfje zijn moeder had verloren. De vrouw stuurde ons een kaart met een foto van de nieuwe lantaarnpaal. Ze schreef er niets emotioneels bij, alleen: "Bedankt voor de handtekening."

Het reekalfje, dat we uiteindelijk Sparrenboud hadden genoemd — een grapje van een vrijwilliger, naar de dennenbossen verderop — werd na vijf maanden groot genoeg om terug de natuur in te gaan. We hebben hem, zoals altijd, niet vlak bij het centrum losgelaten maar verderop, in een gebied waar hij geen mensen zou associëren met voedsel. Voordat we de kooi openden, haalde ik de teddybeer eruit. Mijn dochter had erop gestaan dat hij die terugkreeg, en eerlijk gezegd was ik het met haar eens: die beer had zijn werk gedaan, en verdiende geen plek in het bos, waar hij binnen een jaar zou verrotten in de regen.

Ik zag hem wegrennen tussen de varens, sneller dan ik had verwacht, zonder om te kijken. Femke stond naast me met haar handen in haar zakken en zei: "Nou, dat was 'm dan." Meer niet. We reden terug naar het centrum, en die avond legde ik de beer, gewassen en wel, weer terug in de kast van mijn dochter. Ze pakte hem aan zonder iets te zeggen, en zette hem op de plank naast haar bed — niet in de kast waar hij eerst lag, maar zichtbaar, alsof hij nu ergens bij hoorde.

Click to comment

Leave a Reply

Ваша e-mail адреса не оприлюднюватиметься. Обов’язкові поля позначені *

вісімнадцять + сімнадцять =

Також цікаво:

З життя4 секунди ago

De teddybeer van Boszicht

Ik ben Ruben, en ik werk al elf jaar bij het opvangcentrum voor wilde dieren net buiten Ede, tussen de...

BG41 хвилина ago

Зетят разказва: Мазето на тъста ми в Пловдив

Казвам се Николай, на трийсет и осем съм, работя като електротехник и от девет години съм женен за Йоанна. Тъст...

HE41 хвилина ago

הבן שהפסיק לענות אחרי הישיבה על החלוקה בעורך דין ברחוב אבן גבירול

אני בן חמישים ושתיים, ואני היחיד מבין שלושת הילדים של אבא שלא מתקשר אליו כבר שנתיים. זה לא סיפור שקל...

BG42 хвилини ago

Завещание отпреди дванайсет години

Във вторник в седем и двайсет позвъни дъщерята на съпруга ми и каза, че баща ѝ е починал през нощта....

HE2 години ago

נשיקה על המצח בבית שוב שקט

השבוע חגגתי חמישים ושבע. לא היה שום דבר מיוחד, אני חייב להודות. קמתי בבוקר, הסתכלתי בתקרה, וחשבתי לעצמי: נו, עוד...

NL3 години ago

De hand van Kaspian

Ik ben al zevenendertig jaar dierenverzorger, de laatste elf daarvan bij Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. Mensen denken vaak dat je...

NL3 години ago

De vier telefoontjes van Sam uit Maastricht

Sam van Wieren was tweeënvijftig en had zich al jaren geleden voorgenomen dat hij nooit meer zou trouwen. Hij was...

HE3 години ago

נעמי מבאר שבע, הכיור שהתפוצץ באמצע הסדר

אני נעמי, בת חמישים ושלוש, וגרה בשכונת רמות ליד באר שבע כבר עשרים ושתיים שנה. ההורים שלי הביאו אותי מאתיופיה...