Connect with us

NL

Geen seconde te vroeg

Published

on

Ik ben Marieke, 44, en woon in Haarlem. Wat ik nu heb, zou zestien jaar geleden een drama hebben veroorzaakt als we het toen al hadden toegelaten.

We leerden elkaar kennen op kantoor, bij een verzekeringsmaatschappij vlak bij de Grote Markt. Ik werkte op de afdeling claims, hij, Daan, zat bij juridische zaken, twee verdiepingen hoger. We hadden dezelfde vrienden, dezelfde borrels op vrijdag bij café De Kroon. Ik was toen 28, hij 29. Allebei met een relatie. Ik woonde al drie jaar samen met mijn vriend in een rijtjeshuis in Schalkwijk. Hij had een vriendin van bijna vier jaar, ze woonden samen in Haarlem-Noord.

Er is nooit iets gebeurd. Geen kus, geen hand die te lang bleef liggen. Maar liegen dat er niets speelde, zou ook niet kloppen. Er waren te veel gesprekken waar we allebei naar uitkeken, zonder dat we het zeiden. Als hij om kwart voor vijf de vergaderruimte binnenkwam met twee bekers koffie van de automaat, wist ik precies welke beker voor mij was, en dat irriteerde me aan mezelf.

Op een avond, na een verjaardag van een collega, stonden we samen op de parkeerplaats achter het kantoor. Het was half twaalf, de laatste twee auto's op het terrein waren de zijne en de mijne. Hij vroeg het ineens recht op de man af: "Voel jij dit ook, tussen ons?" Ik zei: "Ja." Dat was het enige moment dat we er ooit hardop over spraken.

"Misschien is het gewoon aantrekkingskracht," zei hij, met zijn handen diep in zijn jaszakken. "Iets nieuws, groot omdat het verboden is." Ik knikte niet, ik zei het hardop terug, omdat ik het zelf ook wilde geloven. Het zou absurd zijn om twee stabiele relaties kapot te maken voor iets waarvan we niet eens wisten wat het precies was. "We kunnen elkaar één keer zoenen," zei hij, "en er dan achter komen dat het helemaal niet de moeite waard was." We moesten lachen, te hard voor een lege parkeerplaats om elf uur 's avonds. We zeiden welterusten. En we zoenden niet.

Kort daarna stapte hij over naar een ander kantoor, in Amsterdam, en geleidelijk zagen we elkaar niet meer. Het leven ging door. Ik trouwde met mijn vriend. We kregen een dochter, Sofie. Hij trouwde ook met zijn vriendin. Ze kregen twee kinderen, een jongen en een meisje.

Jarenlang hoorde ik alleen via gemeenschappelijke vrienden iets over hem. Dat hij vader was geworden. Dat ze naar Amstelveen waren verhuisd. Dat hij partner was geworden bij een advocatenkantoor. Een keer zag ik hem op Facebook, met zijn gezin op een strand in Zeeland. Ik was even nieuwsgierig. Maar dat was het ook.

Ik had mijn eigen huwelijk. Mijn eigen gedoe. Mijn dochter. Een heel ander leven. Na elf jaar liep mijn huwelijk stuk. Twee jaar geleden hoorde ik dat hij ook was gescheiden.

Het was bijna twee jaar na mijn scheiding toen we elkaar weer tegenkwamen, op de vijftigste verjaardag van een van onze oude gezamenlijke vrienden, in een zaal boven café De Kroon — dezelfde straat, andere verdieping, grappig genoeg. Ik stond met een glas witte wijn bij de garderobe toen de deur openging en hij binnenkwam, in een donkerblauw jasje dat ik nog niet van hem kende. Mijn eerste gedachte: de tijd is hem goed bevallen. Hij zag mij, en liep meteen naar mij toe, zonder om te kijken naar wie er nog meer in de zaal stond.

We praatten een tijdje over niets — zijn kantoor, mijn werk, de gastvrouw die veertig minuten te laat was. Toen keek hij me aan en vroeg: "Weet je die parkeerplaats nog?" Ik moest zo hard lachen dat mijn wijn bijna over de rand klotste, en ik wist meteen: hij was het ook niet vergeten.

Deze keer waren we allebei vrij. Maar we stortten ons niet op elkaar alsof we vijftien jaar op dit moment hadden gewacht. We waren geen 28 meer. We waren twee gescheiden volwassenen met kinderen, banen, verantwoordelijkheden en een heel leven achter de rug.

Drie dagen na het feest appte hij: "Koffie bij de Spaarnwaterkade? Ik trakteer, ik sta bij je in het krijt sinds die parkeerplaats." We dronken koffie op het terras aan het Spaarne, €3,20 per kop, en hij bestelde voor zichzelf een flat white terwijl ik bleef bij gewone koffie met melk. Daarna een etentje bij een Italiaan aan de Lange Veerstraat, waarbij hij per ongeluk de rekening al had betaald voordat ik mijn tas open had. Daarna appjes, elke ochtend om kwart voor zeven een "goedemorgen" met een foto van zijn koffie. Telefoontjes rond tien uur 's avonds, als de kinderen allebei sliepen, soms een uur lang, over niets, over alles. Op een avond, aan de telefoon, viel er een stilte die niemand van ons wilde opvullen met iets grappigs, en toen zei hij: "Ik ga nu niet meer doen alsof dit vriendschap is." Ik zei niets terug. Ik hoefde niets te zeggen.

Hij heeft zijn eigen huis in Amstelveen en zijn kinderen. Ik heb mijn huis in Haarlem en Sofie. Er zijn weken dat we elkaar vaak zien. En weken dat werk en verplichtingen ons nauwelijks tijd geven voor één etentje. Op deze leeftijd geloven we niet meer dat je, als je van iemand houdt, meteen de volgende dag de sleutels, de bankrekeningen, de kinderen en de kledingkasten moet samenvoegen. Onze kinderen weten van de relatie. Maar we hebben geen haast.

Soms praten we over het verleden. Over die parkeerplaats. Over wat er zou zijn gebeurd als we toen iets hadden gedaan. Misschien waren we samen gebleven. Misschien hadden we twee relaties kapotgemaakt voor een verliefdheid die drie maanden had geduurd. Dat zullen we nooit weten. Onze huwelijken zijn jaren later stukgelopen, om redenen die niets met elkaar te maken hadden. En uit die huwelijken zijn onze kinderen geboren.

Vorige maand ging ik met Daan naar de notaris aan de Kruisweg, voor een samenlevingscontract zonder gemeenschap van goederen — €875 aan notariskosten, keurig gesplitst, de helft op zijn rekening, de helft op de mijne. Geen samenvoeging van bankrekeningen, geen gezamenlijke hypotheek, wel een duidelijke regeling voor als een van onze dochters ooit zou willen dat haar vader of moeder meetrekt in een nieuw huishouden.

Op de keukentafel, naast de fruitschaal, ligt nu een map met dat contract, de scheidingsconvenanten van ons allebei en een overzicht van wie wat heeft meegebracht. Naast de map staat een mok met daarop "Beste Opa", een cadeautje van zijn zoon dat hij bij mij heeft laten staan omdat hij, zegt hij, hem hier toch meer gebruikt dan thuis. Elk eigen huis blijft eigen huis. Geen euro wordt samengevoegd. Zo hebben we het willen hebben, zestien jaar na die parkeerplaats achter het kantoor, geen seconde te vroeg en geen seconde te laat.

Click to comment

Leave a Reply

Ваша e-mail адреса не оприлюднюватиметься. Обов’язкові поля позначені *

два + 19 =

Також цікаво:

FR4 хвилини ago

Le secret doré d’Antoine

L'air de ce samedi d'octobre, dans les jardins du château loué pour l'occasion près d'Annecy, aurait dû sentir les feuilles...

PL15 хвилин ago

Gwiezdny labirynt czasu

Nazywam się Mirosława Dąbrowska, jestem ratownikiem medycznym na stacji pogotowia ratunkowego w Kielcach i w ciągu dwudziestu trzech lat pracy...

NL49 хвилин ago

Geen seconde te vroeg

Ik ben Marieke, 44, en woon in Haarlem. Wat ik nu heb, zou zestien jaar geleden een drama hebben veroorzaakt...

DE54 хвилини ago

Vierzig Jahre für zwei Ringe

Es war ein Dienstagabend im März, Berlin, 1974, als Mira Volkmann zum ersten Mal die Tür zu Zimmer 212 des...

UA3 години ago

День, коли я поміняла братові замки

Мама завжди казала, що материнське серце не спить. Я думала, це суто драма з серіалів, які вона дивилася по неділях,...

IT3 години ago

Un appartamento tutto per sé: la sorpresa di Carmela dopo quattro anni a Napoli

Carmela Russo aveva sessantuno anni e due figli che, fino a quel momento, riteneva il risultato più riuscito della sua...

HU3 години ago

A gyűrű, amit a hugóm kapott

Anyám arcon ütött az öltözőben, mert még akkor is Bencét akartam, pedig ő tiszta szívéből gyűlölte azt az embert. A...

LT3 години ago

Žemaitė, kuri atsinešė savo puodus

Durų spyna užsikirto pusiaukelėje, kaip visada vakarais, kai lauke jau tamsu ir pirštai sušalę. Rūta dukart truktelėjo rankeną į save,...